Over Van thuistest tot ziekenhuislaboratorium: (on)zin, feit en fabel

Van thuistest tot ziekenhuislaboratorium: (on)zin, feit en fabel

Avondlezing door prof.dr. Mariska Leeflang georganiseerd door de Chemische Kring Zwolle.

Diagnostiek van thuis tot laboratorium

Avondlezing door prof.dr. Mariska Leeflang georganiseerd door de Chemische Kring Zwolle.

Van thuistest tot ziekenhuislaboratorium: (on)zin, feit en fabel

Samenvatting
De laatste jaren verschijnen er regelmatig koppen in de kranten over nieuwe diagnostische tests voor Alzheimer of Parkinson, of tests die in één druppel bloed meerdere soorten kanker vroeg kunnen opsporen. Het onderzoek waar dit soort berichten op gebaseerd zijn, is vaak vertekend of wordt positiever voorgesteld dan de resultaten rechtvaardigen.

In deze lezing zal ik op een aantal aspecten van dit soort onderzoek ingaan:

  1. Onderzoek naar en evaluatie van diagnostische tests en biomarkers volgt een cyclus van vragen, vanaf “is er een verband tussen deze meting en ziekte?”, via “kan deze test onderscheid maken tussen mensen met en zonder ziekte?”, tot aan “als mensen deze test ondergaan, zijn ze dan beter af dan wanneer ze dat niet doen?”.
  2. De waarde van een diagnostische test is sterk afhankelijk van de plaats in de gezondheidszorg waar deze gebruikt wordt. Deze plaats bepaalt de karakteristieken van de mensen die getest worden en daarmee de nauwkeurigheid (accuratesse) van de test. Deze plaats bepaalt ook de vervolgstappen en daarmee de consequenties van mogelijk fout negatieve en fout positieve testresultaten.
  3. Veel testevaluaties zijn gebaseerd op gezonde vrijwilligers enerzijds en mensen waar de aan te tonen ziekte duidelijk aanwezig is. Dit soort evaluaties zijn ten eerste problematisch omdat ze geen ‘grijs gebied’ van ziekte bevatten; en tweede omdat gezonde vrijwilligers gewoonlijk niet de doelgroep zijn voor een diagnostische test.
  4. Als we dus willen weten wat de waarde is van een diagnostische test, dan moeten we weten waar de test gebruikt gaat worden en of het onderzoek waarin de test geëvalueerd is, ook in die situatie uitgevoerd is. Het probleem is echter, dat onderzoekers niet transparant zijn in de beschrijvingen van wat ze gedaan hebben en wie de deelnemers van het onderzoek waren.

Samenvattend hebben we volgens mij een groot probleem als het gaat om diagnostische (laboratorium)tests: we weten niet precies hoe goed de tests onderscheid maken tussen mensen met en zonder een bepaalde aandoening. Dit komt doordat de onderzoeken hiernaar slecht gerapporteerd worden. Nieuwsberichten over nieuwe diagnostiek dienen dus met een grote korrel zout genomen te worden.

Biografie
Na mijn afstuderen als dierenarts in 2003 ben ik gestart met een promotietraject bij de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam over het onderwerp: "Systematische reviews naar de nauwkeurigheid van diagnostische tests". Dit onderzoek deed ik in nauwe samenwerking met de Cochrane Collaboration, een internationale organisatie die zich inzet voor het verspreiden van het ‘evidence-based’ gedachtegoed en voor het maken en publiceren van systematische literatuuronderzoeken. Sindsdien is dat de kern van mijn werk: methodologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetenschappelijke literatuur, voornamelijk op het gebied van diagnostische tests. Mijn voornaamste boodschap is daarbij steeds dat de waarde van een diagnostische test sterk afhankelijk is van de plaats waar deze test gebruikt wordt. Met deze boodschap ondersteun ik allerhande organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en het Kennisinstituut van de Federatie voor medisch specialisten, en nog altijd de Cochrane Collaboration.

Introducé(e)s zijn van harte welkom.

Nadere informatie over de lezingen kunt u aanvragen via het CKZ emailadres: ckzsecretariaat@gmail.com.