Nieuws

Sectiedag "De kernramp in Fukushima" 1 juni 2011

Door: Geert-Jan de Haas

 

Op woensdag 1 juni hield de sectie een drukbezochte themadag rondom 'Fukushima'. Plaats van samenkomst was het RIKILT in Wageningen. Het programma zoomde in op verschillende (technische) aspecten van de gebeurtenissen in Fukushima en gaf ook een goed beeld wat de gevolgen daarvan waren in Nederland.
Prof. W Turkenburg (Universiteit Utrecht)ging nader in op de chronologie en de aard van de gebeurtenissen in Fukushima vanaf het moment van de aardbeving waarbij met name de problemen met de opslag van zwaar besmet koelwater ruime aandacht kregen.

Prof. R Konings, deeltijdhoogleraar splijtstofchemie aan de TU Delft, belichtte de chemische aspecten van splijtstof en het gedrag van splijtstof onder extreme omstandigheden met speciale aandacht voor de vrijzetting van de verschillende splijtingsproducten.
Dr. P Kwakman (RIVM) en Dr G Krijger (RIKILT) lieten zien hoe de gevolgen van de lozingen van splijtingsproducten na verloop van tijd ook in Nederland meetbaar waren - zij het op een veel beperktere schaal dan ten tijde van het ongeluk in Tsjernobyl - en wat de gevolgen waren voor onder andere de voedselketen.
Drs W Molhoek van de VROM inspectie gaf een kijkje achter de ambtelijke schermen bij o.a. nucleaire calamiteiten, op de organisatie achter het Nationaal Crisis Centrum en de wijze waarop informatiestromen georganiseerd zijn.

Ing R van Buren nam de aanwezigen mee naar depraktijk van importcontroles bij Schiphol en de havens van Rotterdam.
Na afloop konden geinteresseerden een kijkje nemen in de laboratoria van het RIKILT. De geslaagde dag werd afgesloten met een gezellige en goedbezochte borrel.

 

KNCV-Voorjaarsbijeenkomst, parallelsessie Radio- en Stralenchemie, 15 april 2010

Door: Antonia Denkova

Op 15 april 2010 werd de KNCV voorjaarsbijeenkomst gehouden op de Hogeschool Domstad, Utrecht. De sectie Radio- en Stralenchemie heeft op de dezelfde dag haar bijeenkomst gehouden als parallelsessie. In deze bijenkomst werden drie hoofdonderwerpen behandeld: de productie van medische radio-isotopen, ongewenste radioactiviteit en onderwijs op het gebied van kernenergie.

1.      Productie van medische radio-isotopen. Een aantal medische centra produceert medische isotopen m.b.v. cyclotrons. Er zijn plannen om nog meer cyclotrons aan te schaffen door verschillende medische centra. De vraag of het aanschaffen van cyclotrons de vraag naar reactor geproduceerde radio-isotopen zal verminderen wordt besproken. Het blijkt dat zowel reactor als cyclotron geproduceerde isotopen nodig blijven. Er is geen sprake van competitie tussen de twee productiemethodes maar meer van een aanvulling. (lezing door Adrie de Jong (Medisch Centrum Alkmaar) en Menno Blauw (Reactor Instituut Delft))

2.      Ongewenste radioactiviteit. Onderwerpen zoals ‘hoe wordt het omgegaan met ongewenste radioactiviteit’ en het ‘vuile bom’ scenario werden besproken met behulp van praktische voorbeelden. (lezing Ronald Overwater (RIVM) en J. Dalmolen (Nederlands Forensisch Instituut)

3.      Onderwijs op het gebied van kernenergie. Hogeschool Zeeland is van plan om volgend studiejaar (2010/2011) een 3e jaars minor Nucleaire Technologie in haar opleiding in te voeren. De minor zal 5 maanden in beslag nemen met totaal 840 uur. De doelstelling van de minor is om studenten te interesseren in een beroep in de nucleaire sector. De meeste organisaties die interesse zullen hebben voor studenten met zulke profielen, zijn NRG, EPZ en Covra. (lezing door Dick Fundter, Hoge school Zeeland)

 

KNCV, Sectiedag Radio- en Stralenchemie 1 december 2009

Door: Carlo Engeler en Gerard Krijger

 

Dit jaar voerde de excursiedag ons naar de COVRA waar we een uitstekende ontvangst kregen. Vanwege de uitval van een trein, en er rijden niet zo heel frequent treinen richting Vlissingen, begonnen we wat later dan gepland met de zeer goede en boeiende lezingen van Eric van Leeuwen (COVRA en gastheer) en Jacqueline van der Houwen (Thermphos). Er kwamen ook veel vragen en even zoveel antwoorden. Na de lunch konden we naar keuze naar a) de bovengrondse opslag van radioactief afval bij de COVRA, of b) de fosfaatwinningfabriek bij Thermphos.

  

Foto 1. Een groep deelnemers aan de rondleiding bij Thermphos.

 

Bij de COVRA wordt al het Nederlandse radioactieve afval verwerkt en opgeslagen in een aantal gebouwen voor in ieder geval de komende 100 jaar. Van Urenco en Thermphos wordt het laag radioactieve afval opgeslagen in het container opslag gebouw, waarbij het afval geen verdere bewerking hoeft te ondergaan. Het afval van Thermphos is feitelijk geen radioactief afval, maar er is geen afvalverwerker die dit afval wil verwerken.

Voor het laag en middelradioactief afval worden de vaten eerst geperst en gestapeld in een betonnen omhulsel. Voor vloeistoffen en kadavers zijn er aparte ovens, waarbij de rookgassen worden gereinigd. De betonnen vaten worden gecategoriseerd en gestapeld in een gebouw, waarbij de laagst actieve vaten aan de buitenzijde staan en de meest radioactieve vaten in het midden van het gebouw, zodat de dosis buiten het gebouw en buiten de terreingrenzen zo laag mogelijk blijft. Er is op het terrein nog ruimte voor meerdere nieuwe opslaggebouwen voor het laag en middelactieve afval. Opvallend was de opslag van kunst (schilderijen, beelden, etc.) van een museum bij de opslag van de vaten. Het museum zelf heeft te weinig opslagruimte en bij de COVRA is nog ruimte genoeg waar de kunst onder geconditioneerde omstandigheden bewaard kan worden.

In een apart gebouw (HABOG) staat het hoogactieve afval opgeslagen welke bestaat uit de gebruikte reactorstaven van de kerncentrales. Deze staan goed beschermd opgesteld waarbij continue gemonitord wordt op de aanwezige dosis nabij de afvalvaten. Overal in het gebouw hangen de controle camera’s van de IAEA voor het toezicht hierop.

Opvallend detail is de oranjekleur van het gebouw dat elke 20 jaar in een lichtere kleur wordt overgeschilderd waarmee het radioactieve verval wordt gesymboliseerd. Het gebouw voor het hoog actieve afval kan eenvoudig vergoot worden waardoor er meer ruimte is voor nieuw afval van een eventuele nieuwe reactor.

  

De opgelopen vertraging bij aanvang was weer ingelopen tijdens het programma, waardoor iedereen zijn geplande trein of vertrektijdstip kon halen. Al met al weer een erg geslaagde excursiedag, deze jaarlijkse traditie wordt daarom uiteraard gecontinueerd.

 

 

KNCV, Sectiedag Radio- en Stralenchemie 25 november 2008

Door: Lee Luthjens

 

De kou geleden bij het wachten aan de verkeerde kant van station Eindhoven was snel vergeten door de warme ontvangst bij het Studie Centrum voor Kernenergie, SCK-CEN1, in het Belgische Mol.
Na twee ochtendlezingen over het Radiochemisch-technologisch Onderzoek en de Ontwikkeling in Nucleaire Detector Technologie bij Canberra, een Bourgondische lunch. Namiddags opsplitsing van de groep in twee. Een deel voor de Canberra halfgeleider fabriek in Olen, de rest naar de “Onderwereld” HADES.


High Activity Disposal Experimental Site is een ondergronds onderzoekslaboratorium voor geologische berging van radioactief afval. HADES wordt beheerd door het ESV EURIDICE2, een economisch samenwerkingsverband tussen het SCK•CEN en NIRAS (de nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen3). Na grondig geologisch onderzoek en een eerste schacht in 1980 [Foto 1] is een 4 meter dikke ronde horizontale verbindingsgalerij van meer dan 100 meter lengte aangelegd, tussen twee schachten. Op 225 meter diepte midden in een, 30 miljoen jaar geleden afgezette, honderd meter dikke laag “Boomse klei”, en voorzien van een dikke betonnen bekleding die direct bij het graven is aangebracht.

 

Foto 1. 


Volgebouwd met apparatuur [Foto 2] om de geroemde eigenschappen van de Boomse klei zoals stabiliteit, flexibiliteit, zelfhelend vermogen, geringe doorlaatbaarheid voor water, bestendigheid tegen straling en verhoogde temperatuur te bevestigen met metingen, waarbij zonodig radio-isotopen worden gebruikt.

 

Foto2.


Levendige discussies met de enthousiaste en deskundige rondleidster Agnes Lattenist in het ondergrondse [Foto 3] werden op grondniveau voortgezet, en het geheel afgesloten met een gezellige borrel.

 

Foto 3.


Alleen de vraag of Nederland in de toekomst ook zijn langlevend hoogradioactief afval kwijt zou kunnen in de Boomse klei, in plaats van in zijn mogelijk “exploderende” zoutlagen 4, bleef onbeantwoord.

 

Referenties:

  1. http://www.sckcen.be/sckcen-en/
  2. www.euridice.be
  3. http://www.nirond.be/
  4. A.A. Turkin, V.I. Dubinko, D.I. Vainshtein, and H.W. den Hartog.
    Kinetics of back reaction between radiolytic products initiated by radiation-induced voids in NaCl.
    J. Phys.: Condens. Matter 13 (2001) 203-216.

 

Het andere deel was een bezoek aan de halfgeleider fabriek te Olen.

Kees Volkers, januari 2009

Olen ligt ca 15 km van Mol en de heerlijke lunch was al flink uitgelopen en mede daardoor werd het programma wat ingekort. Na een korte ontvangst werd direct een bezoek gebracht aan de fabriek. De fabriek was niet zo groot en men is al op zoek naar een andere locatie.
In de fabriek worden halfgeleiders gemaakt uit zeer zuiver germanium om röntgen- en gammastraling met een hoge resolutie te kunnen meten. Gedurende de rondleiding werd alles uitgelegd hoe het germanium gezuiverd wordt, dit gebeurt door het uitlogen van koper, lood of zink ertsen. De germanium concentratie wordt verder verhoogd door chloreren en destilleren. Na hydrolyse wordt het germaniumdioxide met waterstof gereduceerd tot germanium metaal.
Hiervan wordt een polykristallijne staaf gemaakt. Door zone zuivering wordt het germanium nog zuiverder gemaakt tot het geschikt is voor productie. Het germanium wordtonder waterstof gesmolten en met een monokristallijn entkristal groeit het kristal en wordt langzaam uit de vloeibare germanium getrokken. Door toevoeging van fosfor of indium ontstaan het type n of p. Voor stralingsdetectoren heeft men 109 dopingsatomen per cm3 nodig. Door over het kristal een spanning te zetten, kan men de onzuiverheid meten en gelijk de kwaliteit van het kristal bepalen.
Het kristal wordt in een aluminium hulsel gebracht, verbonden met een cryostaat, de elektronica wordt aangebracht en na een gedegen controle kan het naar de gebruiker verstuurd worden.

 

Literatuur

  1. E. E. Haller, W. L. Hansen and F. S. Goulding - ”Physics of ultra-pure germanium”, Advances in Physics, 1981, vol. 30, No. 1, p. 93-138.
  2. Umicore: B. Depuydt - ”Growth of germanium single crystals”.
  3. http://www.tf.uni-kiel.de/matwis/amat/semi en/index.html