
| Spreker: | prof.dr. Jan C. Wilschut (Afdeling Medische Microbiologie – Moleculaire Virologie, UMCG, Groningen) |
| Datum: | 11 februari 2010 |
| Aanvang: | 20:00 uur |
| Locatie: | Sociaal Cultureel Centrum ‘t Clockhuys, Brinkhorst 3, Haren |
| Informatie: | dr. Kommer Brunt, 050-5348934, gck@kncv.nl |

Samenvatting
Influenza is een virus dat elk jaar wereldwijd vele honderdduizenden slachtoffers maakt. Het virus veroorzaakt “griep”, een respiratoire aandoening, die bij ouderen en mensen met een onderliggende ziekte, zoals bijv. asthma, tot complicaties kan leiden. Vooral in het geval van dergelijke complicaties (vaak longontsteking) kan de ziekte een fataal beloop hebben. Volgens schattingen sterven in Nederland jaarlijks ca. 800 mensen tengevolge van een influenza-infectie. Zowel op het noordelijk als het zuidelijk halfrond is griep doorgaans een typische seizoensgebonden ziekte, met uitbraken in de winter en weinig of geen infecties in de zomer. Het gaat bij deze jaarlijks terugkerende infecties eigenlijk altijd om een variant van het virus dat het winterseizoen daarvoor heeft gecirculeerd. Het influenzavirus is zeer veranderlijk (het virus heeft een hoge mutatiefrequentie), waardoor het door zogenoemde “antigenic drift” steeds weer ontsnapt aan de immunologische afweer die mensen tegen het virus opbouwen wanneer ze een infectie hebben opgelopen of gevaccineerd zijn. Dit is één van de redenen waarom vaccinatie tegen influenza elk jaar herhaald moet worden; de afweer opgebouwd na de vaccinatie in het voorgaande seizoen biedt wel enige maar niet echt afdoende bescherming tegen de nieuwe variant van het virus.
Soms doet zich een geheel ander soort uitbraak van influenza bij mensen voor. Er is dan sprake van de introductie van een geheel nieuw subtype van het virus in de menselijke populatie, een subtype dat gedurende langere tijd niet onder mensen heeft gecirculeerd. Zo’n nieuw subtype (bijv. H1N1, H2N2, H3N2, H5N1) is eigenlijk altijd direct of indirect afkomstig van wilde watervogels, die het “reservoir” vormen voor alle subtypen van het influenzavirus. Onder de vele subtypen die er zijn, is eigenlijk alleen van de H1, H2 en H3 virussen bekend dat ze op grote schaal mensen kunnen infecteren. Dit zijn ook de drie virussen die verantwoordelijk zijn geweest voor de drie grote wereldwijde uitbraken (pandemieën) van de afgelopen eeuw, in 1918 (H1N1, >40 miljoen doden) , 1957 (H2N2, ~2 miljoen doden) en 1968 (H3N2, ~1miljoen doden). Als er een nieuw subtype influenzavirus terecht komt slaat het dus meestal hard toe. Dit komt omdat eigenlijk niemand enige afweer tegen het betreffende virus heeft; immers het is een nieuw virus dat gedurende langere tijd niet heeft gecirculeerd.
Was het Mexicaanse griepvirus wel zo’n “nieuw” virus en was de uitbraak wel een “echte” pandemie? Waarom is de uitbraak zo mild verlopen? Was het wel nodig om zoveel, duur, vaccin te kopen? Is het risico overdreven? Hebben de media er een hype van gemaakt? Deze en andere vragen zullen, naast de virologische achtergronden van influenza, in de lezing aan de orde komen.
