
Jaarverslag 2010
De CKMN telde in 2010 49 leden.
De CKMN organiseerde in 2010 6 lezingen:
Prof.Dr. R.H. Meloen: “(Synthetische) kankervaccins”
(Synthetische) kankervaccins behoren tot de familie van de immunotherapeutica waarvan monoclonale antilichamen de meest bekende zijn. Al meer dan 100 jaar wordt geprobeert vaccins tegen kanker te maken die het lichaam aanzetten de antilichamen zelf te maken. Pas recent heeft het groeiende inzicht in de drijvende krachten van tumorgroei op moleculair niveau tot een eerste kankervaccin geleid dat nog maar beperkt beschikbaar is. Een tweede kondigt zich echter aan en veel meer van deze nieuwe immunotherapeutica zijn in ontwikkeling. De chemische synthese van peptiden vormt de basis voor de ontwikkeling van deze vaccins.
Een interessant verhaal over een nieuw onderzoeksgebied in ontwikkeling.
11 Aanwezigen.
Algemene Ledenvergadering 20109
Dr. M. de Roode: “De chemie van lichaamsgeur”
Mensen stinken enorm. Van alle mensapen hebben wij de grootste concentratie aan zweetklieren onder de oksel. Aangespoord door de reclame voor lichaamsverzorgingsproducten besteden wij verschrikkelijk veel tijd aan het tegengaan van onze stank. We wassen onszelf tegenwoordig veel (te veel), brengen vervolgens grote hoeveelheden verzorgingsmiddelen op ons lichaam aan en verwijderen lichaamsbeharing om te voorkomen dat iemand aanstoot zou kunnen nemen aan ons uiterlijk en onze geur. Deze menselijke lichaamsgeur heeft een biochemische oorsprong en functionaliteit die in onze huidige perceptie weinig aandacht krijgt.
Een geinspireerd verhaal dat een vooraf enigszins bizar onderwerp tot leven bracht.
15 Aanwezigen.
Dr. Ir. H. Tuithof: “Moderne beeldvormende technieken t.b.v. de medische diagnostiek”
De aloude Röntgen techniek is van directe belichting van een fotografische plaat inmiddels ontwikkeld tot de uitlezing van de röntgen kwanten door een digitale chip ter grootte van het af te beelden gebied. De CT (Computer Tomografie) scanner is een Röntgen techniek waarbij de Röntgenbron inclusief cirkelvormige rijen detectoren om de patiënt heen draait.
Ultrasound (echoscopie) zendt geluidsgolven het lichaam in. Een probe detecteert het gereflecteerde geluid als echo. Nucleaire geneeskunde maakt gebruik van organische stoffen die veelal gelabeld zijn met het isotoop Tc-99m. Een ?-camera localiseert de uitgezonden straling in de patiënt met een scintillatiekristal. PET scanners maken gebruik van organische verbindingen gelabeld met positron emitters als F-18, C-11 enz.. Positron annihilatie genereert 2 ?-kwanten die in tegengestelde richting vanuit de patiënt op een ring van detectoren botsen. De computer berekent het beeld uit de beide detectiepunten en het verschil in aankomsttijd. Zeer recent is de combinatie van PET-CT op de markt. Hierbij biedt PET weefsel gevoelige info en CT de juiste plaatsinformatie t.o.v. de organen in de omgeving.
Uitgebreid werd ingegaan op MRI, een NMR techniek die nog volop in ontwikkeling is en berust op het afbeelden van de effectieve proton-spin dichtheid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een sterk statisch magneetveld dat de spins richt en wisselende gradiënt en RF velden voor de diverse contrasten en beeldgeneratie. Diverse klinische toepassingen worden besproken.
Een verhelderend verhaal over de ontwikkeling van de vele moderne diagnostische technieken.
15 Aanwezigen.
Prof. Dr. R. Witkamp: “Endorfines en endocannabinoïden: onze eigen moleculen van plezier”
Heksen, tovenaars, priesters, genezers enz. ontwikkelden al preparaten die hersenprocessen betrokken bij de vorming van gedachten en gevoelens beïnvloeden om prettige, stimulerende, dempende of hallucinogene effecten op te roepen. Zo kennen we het endorfine systeem (van morfine) met de opioide receptoren (van opium). Van vrij recente datum is de ontdekking van het endocannabinoide systeem met de cannabinoid receptoren. Onze eigen endo-cannabinoiden lijken wat betreft hun platte structuur niet veel op 9-tetrahydrocannabinol (THC) en verwante stoffen uit Cannabis Sativa. Het zijn lipide-afgeleide stoffen die ons generaties lang beloond hebben met prettige gevoelens bij het eten van veel en vet voedsel en er voor zorgen dat het voedsel efficiënt werd opgenomen en opgeslagen als vet. Voor de moderne mens leidt dit tot teveel eten. Het ontwikkelen van een remmer van het endo-cannabinoide systeem blijkt moeilijker dan eerst gedacht. De CB1 (cannabinoid receptor type-1) blokker Rimonabant werd vorig jaar van de markt gehaald en de ontwikkeling van een aantal analoga werd gestopt. Gebruikers gingen wel minder eten maar er werd ook een dosisafhankelijke toename van depressiviteit gezien.
Een interessant verhaal over de chemie van plezierbeleving.
9 Aanwezigen.
Dr. A. Hofland: “De chemie achter verf”
Verf is in wezen een toonbeeld van tegenstrijdigheden. Het concept: een “polymeer-in-wording” wordt aangebracht op iets wat je wilt beschermen dan wel verfraaien. Het oplosmiddel verdampt en dan gaat de chemie zijn werk doen. Het polymeer wordt afgemaakt door een proces wat we vernetting noemen, en een fraaie coherente laag is verkregen.
Anderzijds is het een doos van Pandora in termen van verdraagzaamheid. Er zitten altijd wel een paar componenten in die “elkaar niet lusten”, al waren het maar het pigment en het bindmiddel. Bij waterige verven zijn dan ook nog beiden onverdraagzaam met het water. Ga er maar aan staan. Het bindmiddel, ofwel de kunsthars, heet dan ook niet voor niets zo. Het bindt alle componenten aan elkaar tot voornoemde coherente laag, of ze nu willen of niet. Dit onderstreept het belang van de juiste hoeveelheid en het juiste type bindmiddel.
Een enthousiast spreker met verf in zijn aderen.
15 Aanwezigen.
Prof. Dr. R. Beerkens: “Glastechnologie”
Glas is een materiaal of een verzamelnaam van meestal anorganische amorfe materialen. Het is bekend sinds meer dan vijfduizend jaar en was een luxe-product tot de 19e eeuw.
Glas is nagenoeg chemisch inert, transparant, hard en relatief goedkoop, met ruime keuze in gewenste kleur en optische eigenschappen, en met hoge treksterkte in het geval van glasvezels.
Soms kijken we direct door het glas heen of zit glas (bijvoorbeeld glasvezels in windmolens) verborgen in het eindproduct en valt het dus niet op. De productie van glas kost weliswaar energie, maar de toepassingen van glasproducten zoals isolatiewol, glasvezel versterkte lichtgewicht kunststofconstructies, en gecoat dubbelglas leveren vele malen meer energiebesparing op dan het productieproces energie kost.
In deze lezing werd het materiaal glas en het productieproces inclusief de essentiële productiestappen kort beschreven. Relevante chemisch-fysische processen tijdens het smelten van glas werden in detail beschreven en de glassmeltoven werd voorgesteld.
Een uitermate boeiend en leerzaam verhaal over glastechnologie geinspireerd gebracht.
12 Aanwezigen.
Tevens participeerde de CKMN in een excursie georganiseerd door de Chemische Kring Zwolle
